Klimt bewerkt

De dood als onderdeel van het leven

Ergens weten we het allemaal. We zijn sterfelijk. We gaan dood. Het lijkt er echter op dat de meesten van ons dat niet willen weten. Vroeger was de dood dichter bij en stierven meer mensen thuis. Het hele gezin was erbij betrokken en het sterven maakte onderdeel uit van het leven. Niet dat het een feestje was maar het was ‘gewoon’ en men wist zich ertoe te verhouden. Tegenwoordig sterft in Nederland zeventig procent van de mensen niet thuis maar in een ziekenhuis of verzorgingshuis. De dood is op deze manier op afstand gekomen; we kennen hem niet meer en worden er in onze geest steeds banger voor. Bang voor de pijn, voor het verlies van controle. Bang om dierbaren te belasten. Bang om na de dood te worden opgegeten door wormen of te verbranden in het crematie vuur. En bang voor het niet weten of er na de dood nog iets is. Deze angsten zijn zo sterk geworden dat we de dood hebben weggestopt. We praten er niet meer over. We weten zelfs niet meer welke woorden we kunnen gebruiken als we het er met elkaar over hebben.

Wanneer familie en vrienden rond het bed van een stervende zitten weten ze vaak niet meer wat ze moeten zeggen; niet tegen elkaar en niet tegen degene die sterft. En de stervende zelf weet ook niet goed wat hij moet zeggen en dat terwijl elke adem zijn laatste zou kunnen zijn. Zelfs huisartsen kunnen vaak de zin ‘u gaat dood’ niet uitspreken. Ik hoor hen woorden gebruiken als ‘in deze situatie’. Elke kans op overleven, hoe klein ook, wordt aangegrepen. En al die levensverlengende behandelingen houdt de dood nog meer op afstand. Zelfs als iemand het bericht krijgt ‘u bent uitbehandeld’ blijven veel mensen op een wonder hopen en willen ze de dood niet onder ogen zien. We weten dus niet meer wanneer de dood zich aandient, hoe we ons tot de dood moeten verhouden en hoe we elkaar kunnen ondersteunen in het stervensproces.

Als wij de dood niet onder ogen willen zien en ook niet de angsten die daarbij kunnen zijn, dan worden we zelf het slachtoffer van die angsten. Afgezien van het feit dat het ‘t sterven zelf bemoeilijkt, weten we niet hoe we een stervende kunnen steunen in de laatste fase van zijn leven. En volgens mij hoeft het helemaal niet zo te zijn.

In India vertelde ik dat ik mensen begeleidde bij het sterven. Ze keken me lachend aan en vroegen ‘is dat een beroep?’. In de eeuwenoude Hindoe traditie begeleidt de familie degene die sterft. En dat gebeurt veelal thuis. De familie weet precies hoe ze dat moet doen en degene die sterft geeft zich over aan het proces. En uiteindelijk wordt er na het overlijden feest gevierd. Hier in het Westen is de kennis (en de rijkdom) van het normale sterven verloren gegaan. We weten niet meer wat doodgaan is. Volgens mij is het tijd om te praten over doodgaan, om de angst die rondom doodgaan is ontstaan onder ogen te zien en te ontspannen in dat hele proces. Zodat we weten wat er gebeurt als iemand doodgaat en weten wat we kunnen doen om zowel de stervende als elkaar te steunen. Je gaat maar een keer dood en wil je dat dan niet zo aangenaam mogelijk laten plaatsvinden?

Hoe ziet ‘normaal’ sterven er eigenlijk uit? Sterven is net zoiets als bevallen; gewoon een proces. Dat we doodgaan is onvermijdelijk. Je zou zelfs kunnen zeggen dat op het moment dat we geboren worden, we de dood met ons meedragen. In die zin zijn we zwanger van de dood. En net als bij de geboorte doorloop je ook bij het sterven een aantal fases. En dan heb ik het niet over een auto ongeluk of een hartaanval maar over gewoon doodgaan van ouderdom of een ziekte die zich geleidelijk voltrekt.

Allereerst hebben mensen die sterven, vaak weinig of geen behoefte meer aan eten en drinken. Ze kunnen snel vermageren en het lichaam verandert: de wangen vallen in, de neus wordt spits en de ogen komen dieper in de kassen te liggen. Normaal gesproken leidt vochttekort tot dorst, maar in de stervensfase is dit dorstgevoel niet of nauwelijks aanwezig. Omdat de lippen en de mond vaak droog zijn, kan het prettig zijn deze af en toe vochtig te maken.

Vervolgens worden mensen tijdens het stervensproces steeds meer moe. Ze slapen meer en zijn steeds minder wakker. In deze fase zou de familie kunnen leren hoe ze de stervende kunnen verzorgen: hoe en wanneer ze medicijnen moeten geven, hoe ze de stervende kunnen wassen en helpen een andere ligging aan te nemen. En ook hoe ze afstemmen met de stervende wie er op bezoek kan komen. Hoe ze de bezoeker introduceren en kijken hoe lang de bezoeker kan blijven. De huisarts zorgt er in deze fase voor dat de pijnmedicatie zo wordt afgestemd dat de stervende aan de ene kant geen pijn voelt en aan de andere kant er toch nog bij kan zijn om het proces bewust door te maken en afscheid te nemen van familie en vrienden.

En dan kan het opeens gebeuren, dat de stervende niet reageert als hij wordt aangesproken en niet wakker wordt. Dan is er ineens iets veranderd. In plaats van gewoon in slaap te vallen, is deze persoon tijdelijk buiten bewustzijn geraakt. Vaak ligt hij met zijn mond open en soms zijn de ogen half geloken. Dit is helemaal niet iets om van te schrikken. Dit hoort bij het stervensproces. In dit geval kan hij geen medicatie meer innemen wat voor de omgeving weer iets nieuws is om aan te wennen. En meestal, als hij even later weer wakker wordt, hoor je dat de stervende goed heeft geslapen. Hij merkte het bewusteloos raken niet. Het is net als in slaap vallen, dat overkomt je ook ineens. Vaak zie je in deze fase dat de stervende zijn urine en ontlasting laat lopen. Hij moet regelmatig gewassen en verschoond worden. Dat kan een professionele verzorgende doen maar fijner is het als een familielid of vriend dit kan doen.

Dus naarmate de tijd verstrijkt, slaapt de stervende meer dan dat hij wakker is. Uiteindelijk wordt hij helemaal niet meer wakker en is hij volledig buiten bewustzijn. Hij is dan zo ontspannen dat hij niet meer slikt. Hij ademt dus in en uit met een beetje slijm of speeksel achter in de keel. Vaak geeft dat een ratelend of gorgelend geluid. Ook dit is helemaal niet eng. De stervende laat ons zien, of eigenlijk meer horen, dat hij zo diep ontspannen is, zo diep buiten bewustzijn dat hij niet eens het gekietel van speeksel in de keel voelt als hij in en uit ademt. Als je weet dat de stervende hier geen last van heeft, kijk je er anders tegen aan en is het rustiger om aan te horen.

En die rust dat is iets wat een stervende goed doet. Elke onrust in zijn omgeving heeft invloed op zijn stervensproces. Het lijkt wel of de stervende precies aanvoelt of degene die naast hem zit helemaal aanwezig is of dat hij met ‘gedoe’ op de achtergrond bezig is. Als er iets speelt tussen familieleden dan is het belangrijk dit buiten de kamer van de stervende uit te zoeken. Volgens de Tibetanen, die het doodgaan eeuwen hebben onderzocht, zullen ook emotionele taferelen de stervende niet helpen in rust te overlijden. In de ruimte bij de stervende werkt iedereen mee aan een zo rustig mogelijke sfeer en steunt iedereen het stervensproces.

En tenslotte, komt er een periode van onregelmatig ademhalen. De ademhaling valt dan af en toe stil en komt daarna weer met een diepe zucht op gang. De tijd tussen de ademteugen wordt langer en langer, soms wel een halve minuut. Ook dit is voor de stervende zelf niet benauwend als het maar in alle ontspanning plaatsvindt. Het gezicht ziet er ook bij deze stokkende ademhaling vaak heel rustig uit. En dan komt er een laatste uitademing, die niet meer door een inademing wordt gevolgd. Deze fase kan zo zacht zijn dat de familie niet eens merkt dat de persoon is overleden.

Dus normaal menselijk sterven is eigenlijk een heel rustig en zacht proces; iets dat we kunnen herkennen en waar we ons op kunnen voorbereiden. En als we er meer van weten, als het gewoon wordt om over de dood te praten, dan zijn we minder bang om dood te gaan. Dan kunnen we het sterven in alle rust laten gebeuren. Dan kunnen we dankbaarheid voelen voor wat de persoon voor ons heeft betekend en wat het leven voor de persoon zelf heeft betekend. En misschien kunnen we dan uiteindelijk net als de Indiërs deze gebeurtenis vieren. Laten we de dood weer onderdeel van het leven maken.

(Veel dank aan alle stervende die ik tot nu toe heb mogen begeleiden en hun families, aan Maneesha James van Osho Sammasatie en Kathryn Mannix voor hun inspiratie.)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *